donderdag 30 juli 2015

Koptelefoon

Eindelijk weer een verhaaltje!


Het is juli 2015, een regenachtige, winderige middag. Ik zit met de draadloze koptelefoon van vader Wijb op te luisteren naar de CD Harvest van Neil Young; hoezo jeugdsentiment?

De koptelefoon, die mijn vader zo’n 15 jaar geleden van ons, kinderen, voor zijn verjaardag kreeg. Helaas heeft deze gekke, sterke, levenslustige en optimistische man vijf jaar geleden op 78-jarige leeftijd de strijd tegen kanker verloren. Hij heeft de koptelefoon geregeld op zijn zeer muzikale oren gezet en genoten van muziek van geliefde componisten en artiesten, waar Neil Young er overigens niet een van was, daar kom ik op terug! Zijn vrouw gebruikte hem niet meer en gaf hem aan mijn zusje, die tegenwoordig met de I-pod muziek luistert. Zover ben ik nog niet, daarom heb ik hem nu.

Mijn vader had een absoluut gehoor en mocht, dankzij zijn talent en op aandringen van de bovenmeester, na de 8e klas naar het conservatorium gaan. In die tijd (rond 1947) was dat voor een arbeidersgezin heel bijzonder. Hij is een veelzijdig en succesvol musicus geworden. Een groot deel van zijn carrière was hij concertmeester/1e soloklarinettist bij de Koninklijke Militaire Kapel. Hij componeerde en arrangeerde en heeft als dirigent met een aantal amateur harmonieorkesten vele concoursen gewonnen. Hoogtepunten waren in de jaren tachtig de concerten in het Concertgebouw met de Amsterdamse Tram Harmonie, operakoor en solisten. Voor dat orkest schreef hij de herkenningsmars. Ik weet nog hoe trots ik was, wanneer hij soepel die rode trap af daalde en voor het orkest ging staan.

In zijn jonge jaren schnabbelde hij in dansorkesten, waar hij zich hartstochtelijk uitleefde op de sax, klarinet en percussiemateriaal. Hij schroomde niet er zelfs ook nog bij te zingen in het Spaans, waar overigens geen woord Spaans bij was!
Behalve de klarinet lukte het hem ook uit veel andere instrumenten muziek te halen, zoals de accordeon, het orgel, de piano. Hij bracht een keer, toen ik nog een kleutertje was, een doedelzak mee. Ik zie hem nog staan in de woonkamer van ons kleine flatje; wat daar voor geluid uitkwam, ik werd er bang van! Toch word ik nog altijd week als ik doedelzakken hoor, zoals in het nummer “Mull of Kyntire” van Wings.

Hij kon echter geen waardering opbrengen voor de popmuziek van radio Veronica en Noordzee, waarmee wij talloze cassettebandjes vol zetten! Hij had er geen goed woord voor over. Ik moet bekennen dat ik de techno, rap en hiphop van tegenwoordig ook afschuwelijk vind, dat is de generatiekloof waarschijnlijk.

Heb de koptelefoon inmiddels afgezet en radio 5 aangezet.
Dankzij mijn vader ben ik gelukkig gaan houden van allerlei muziekgenres. Van Tsjaikovski, Mozart, Strauss, Bach, Beethoven, Chopin, Schubert, Ravel, Gershwin, naar Joe Loss, Benny Goodman, Glenn Miller, Dave Brubeck, tot zigeunermuziek, Harry Bannink enzovoorts. Het meeste instrumentaal, hij had niet veel vocaal, behalve dan het koor van de Misa Criolla (prachtige religieuze muziek uit Argentinië), die LP is grijs gedraaid. Pap was alles behalve religieus, maar die muziek vond hij prachtig.

Helaas speel ik (nog  steeds) geen instrument. Ik ben redelijk muzikaal en zing in een koor, maar heb niet de gave van mijn vader, die al op zijn 4e jaar alles wat hij hoorde op de mondharmonica naspeelde. Hij heeft ons ook nooit gedwongen, vond dat dat vanzelf moest komen. Bij mijn broertje is dat inderdaad gebeurd.

Op een dag kwam vaderlief opgetogen thuis met een bugel, een soort trompet. Die had hij voor weinig op de kop getikt. Daar mocht ik op spelen. Zowaar kreeg ik er geluid uit, maar ik was 12 en vond het maar een stom ding. Gitaar of piano vond ik veel leuker, maar het ontbrak mij aan wilskracht en doorzettingsvermogen. Nu heb ik al artrose in mijn vingers helaas.

In mijn tienertijd (zeventiger jaren) was ik een soulkicker, qua kleding, maar ik hield van heel veel soorten muziek, vooral dansbare muziek en close harmony, zoals de Eagles en Crosby, Stills, Nash and Young. (Oh! even de radio keihard zetten voor het prachtige “You made me so very happy” van Blood, Sweat and Tears, wat een orkest!).
Aznavour kan ik ook van genieten, Ierse folk, flamenco, Latin, Fado en nog veel meer. Het is afhankelijk van mijn stemming.

Muziek is emotie en ik zou niet zonder willen en kunnen. Het ontroert me, maakt me melancholisch, weemoedig, maar ook zo vrolijk, dat ik door de kamer dans. Ik kan me geen leven voorstellen zonder.

Bedankt lieve Pap, en al die andere muzikanten die mijn leven kleur geven!